Interieur van Landhuis Oosterhouw

info@oosterhouw.nl

 

© Beschrijvingen door Andries Bierling en Jeanet van Ditzhuizen

 

'Schoonheid is mijn vak, dat zit in alle dingen.'

Aldus vat tuinontwerper/publicist Klaas T. Noordhuis zijn levensinstelling samen. Hoe letterlijk deze stelling moet worden genomen, bewijst een bezoek aan Oosterhouw, het negentiende-eeuwse landhuis waar Noordhuis woont met zijn partner Hans Christiaan Klasema. Een adembenemende wereld van een rijke, doorleefde schoonheid, in sfeer gesitueerd op de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw. Een parktuin in diverse tuinstijlen, kamers vol tuinboeken, royaal gedekte tafels, Italiaanse fresco's, hedendaagse schilderkunst, historische portretten. Een rijk, Italiaans leven op het Groninger Hogeland. En toen kwam het leven op Oosterhouw. Van bonzan tot bonzai De tuin is een afspiegeling van het leven. Hij wordt gevormd, komt tot ontwikkeling, waarbij hij zich soms anders toont dan ooit door zijn schepper beoogt. Planten verdwijnen. Nieuwe planten doen hun intrede en blijken zich prima thuis te voelen. De elementen laten zich gelden en brengen schade toe, waaruit ook weer veel moois kan ontstaan. In het persoonlijk leven van Klaas Noordhuis veranderde veel na het overlijden van Jellema met wie hij niet alleen zijn leven maar ook Oosterhouw had opgebouwd. Na een periode van geestelijke windstilte deelt hij nu zijn leven en werk met Christiaan Klasema. Deze beeldend kunstenaar, acteur en gewezen benedictijner monnik brengt heel nieuwe elementen in Oosterhouw. Klaas Noordhuis: 'Al de tweede dag na de komst van Christiaan waren we samen aan het spitten: er moest een moesgaard komen. Voor de bonenstaken gingen we naar het Wad; prachtige gebleekte takken die door de werking van het zout enorm houdbaar zijn.' Behalve de moestuin creŽerde Christiaan in de buitenrand van de tuin, die tot dan toe alleen diende als windkering, een natuurlijke tuin met verwijzingen naar de Japanse tuinstijl. Zo begint een wandelpad bij een bonzan-tafel om te eindigen bij een bonzai-tafel. 'Een heel natuurlijke gang, aangezien bonzan een voorloper is van de bonzai.' Mediteren in de tuin Elders is tussen de bomen een kinhin-pad aangelegd, een tegelpad voor loopmeditatie. Noordhuis lacht: 'Zelfs de meest uitbundige tuinclubdames komen hier tot rust en schuiven al mediterend door de tuin.' We naderen het huis van de achterkant en kijken gebiologeerd naar een Italiaans landschap, inclusief oude Romeinse beelden en een rij pijnbomen tegen een geelachtige lucht. De zoveelste tuinstijl in deze tuin vol verrassingen? Het blijkt een muurschildering te zijn tegen de zijgevel van het koetshuis. Een trompe l'oeuil, een stijlelement die Klaas Noordhuis regelmatig toepast in de tuinen die hij ontwerpt. 'Ik hou ervan om mensen op het verkeerde been te zetten. Zie het als grap; een tuin moet toch ook gewoon leuk zijn.' Toch is het een grap met een bedoeling, want zo'n muurschildering creŽert diepte en versterkt - in het geval van Oosterhouw - de Italiaanse sfeer van het huis.

Ook het interieur van het huis is rijk aan wandschilderingen. Op de volledige achterwand van de ontwerpstudio prijkt een geromantiseerde afbeelding van het Reitdiepgebied ter hoogte van Garnwerd. Ook hier ontmoeten Groningen en ItaliŽ elkaar. Aloys van Wieringen herschiep het landschap van midden 19e eeuw en gaf het een Zuideuropese lichtval en een Italiaans aandoende beplanting. 'Studio' is overigens een te zakelijk woord voor wat deze kamer eigenlijk is: de Bibliotheca Oosterhouwensis. Dit is de schatkamer van het huis, natuurlijk ingericht in begin-twintigste-eeuwse sfeer. Hier vinden we Klaas Noordhuis' ongeŽvenaarde collectie tuinboeken, een verzameling die letterlijk iedere dag groeit. Noordhuis: 'Ik wil gewoon van ieder tuingerelateerd onderwerp het beste boek. Het gaat mij niet zozeer om kostbare bibliofiele uitgaven. Ook het wat gedateerde kamerplantenboek van 15 jaar geleden is welkom.' Op een willekeurige stapel van nieuwe aanwinsten ligt een boek van Ruth van Creil, een van de eerste Nederlandse plantenfotografen, maar ook een boek over Oostenrijkse tuincultuur en een prachtig oud kruidenboek. Op zijn tekentafel vind ik een boek over Medieval English Gardens. 'We zijn met een herinrichtingsontwerp voor een kloostertuin bezig', licht Noordhuis toe. Hij toont mij een prachtig herbarium van zijn overgrootvader. 'Het inspireerde me om tijdens mijn reis door Nieuw-Zeeland een varenherbarium samen te stellen.' Elders liggen een paar exemplaren van de tuinboeken die hij zelf publiceerde, waaronder zijn veel vertaalde Tuinplantenencyclopedie. 'Ik schreef het boek vooral omdat ik het als tuinontwerper zelf nodig had.'

Italiaanse speelfilims

Hij toont me de rest van het huis; sfeervolle kamers in warme tinten waar vooral gelťťfd wordt. 'We willen niet in een museum wonen', benadrukt Noordhuis. Toch is er veel 'museaals' te vinden in Oosterhouw, variŽrend van een prachtige collectie schilderkunst, waaronder werk van Groningse figuratieven en wandschilderingen van Pieter Pander en Aloys van Wieringen, fraaie serviezen en wanden vol familieportretten. In verschillende kamers staan fraai gedekte tafels. 'We ontvangen graag mensen die net als wij houden van de goede dingen van het leven. We laten graag anderen meegenieten van dit geweldige huis. Christiaan is een meesterkok en ik ben de tafeldekker.' Dat ontvangen gaat verder dan een rijk gedecoreerde tafel en een goed glas wijn. Klaas en Christiaan hebben op de bovenverdieping een gastenkamer ingericht, uiteraard in de stijl van het huis, met hemelbed, familieportretten, prachtig glaswerk en vooral een goddelijk uitzicht op de lange as in de tuin van Oosterhouw. Ook hier aandacht voor de kleinste details. Het noodzakelijke koelkastje gaat verscholen achter een miniatuur wandschildering. Het tekent de bewoners van het huis ten voeten uit. En in de belendende kamer, de biliotheek van C.O. Jellema - natuurlijk met wandschilderingen - kan de gast musiceren op een oude vleugel of genieten van op een diascherm geprojecteerde speelfilms. Italiaanse films, dat spreekt voor zich.


Klaas Noordhuis' visie op het Hogeland

'De Romeinse schrijver Plinius beschreef ooit zijn tocht door Noord-Nederland en ik constateer dat het landschap tussen Plinius en mijn jeugd eigenlijk niet zo veel is veranderd. Kruinig, oftewel 'bol staand' land, een meanderend Reitdiep en hier en daar een wierde. Allerminst vlak, zoals het vooroordeel beweert. Maar toen kregen we de ruilverkavelingen - die van de jaren zestig was ronduit rampzalig - en moest het allemaal grootschaliger, practischer en economischer. Akkers werden afgevlakt en nog jaarlijks worden er sloten gedempt en verdwijnen andere oude landschapselementen. Dat toch veel bezoekers het landschap hier als tamelijk ongerept ervaren, zegt alles over hoe het Nederlandse landschap elders is 'verbouwd' tot een eenheidsworst. Daarom moeten we koesteren wat we hier nog hebben. Het landschap dreigt door het vertrek van akkerboeren en de komst van hun veeteelt-collega's wel eentoniger te worden, maar daar staat de komst van meer groen en de aanleg van fietspaden tegenover. Hier in de omgeving van Leens is Stichting Het Groninger Landschap bezig met een landschapsplan waarbij de doorkijkjes van en naar het dorp worden hersteld of versterkt. Gericht worden bomen gekapt en elders aangeplant. Als ik een tip mag geven? Kijk vooral naar het landschap zelf. Ontdek de geschiedenis en de logica die erin zit. Zo werden hier van oudsher alleen de oost-west lopende wegen bepland met laanbomen. En met reden. De wind komt het meest uit westelijke richting en zo houden de bomen elkaar uit de wind. Met als resultaat prachtige lijnen in het landschap.


Klaas T. Noordhuis als tuinontwerper

'Ik ontwerp voor een pand, niet voor de bewoners. De tuin moet passen bij het karakter van het huis en niet - zoals veel architecten willen - ermee contrasteren. Ik heb weliswaar een voorkeur voor het ontwerpen van tuinen op een historische locatie, maar ook bij een nieuw huis kan ik goed uit de voeten. Ik plaats het huis in z'n context en zie het als historie van de toekomst. Opdrachtgevers vraag ik altijd om eerst hier langs te komen, dan blijkt al of ze serieus zijn. Hier kan ik laten zien wat ik doe en hoe ik omga met de relatie tussen huis en tuin. Het historische karakter van een tuin zit voor mij overigens niet alleen in de structuur, maar ook in de beplanting. Ook dat kun je prima illustreren aan de hand van de tuinen van Oosterhouw. Als logisch gevolg van mijn benadering zijn mijn tuinen eigenlijk zelden trendy. Trends komen en gaan terwijl het huis en de tuin wat mij betreft nog eeuwen mee gaan.


Een website als een slingertuin

Zoals je uren kunt dwalen door de tuinen van Oosterhouw, zo biedt ook de website www.klaasnoordhuis.nl een wereld aan verrassingen voor tuinliefhebbers. Van lessen in tuinarchitectuur tot pamfletten tegen de verwording van het landschap. Van achtergrondinformatie over trompe l'oeuils tot de spelregels van het croquetspel. Met recepten, een enorm fotoarchief, elektronische toegang tot de Bibliotheca Oosterhouwensis en dagtips voor tuinclubs en andere tuinliefhebbers. Een absolute aanrader!


Zelf genieten van Oosterhouw?

Klaas Noordhuis en Christiaan Klasema laten graag anderen meegenieten van de geneugten van Oosterhouw. Voor tuinclubs en andere groepen van minimaal tien en maximaal dertig personen zijn er verschillende arrangementen. Wees gewaarschuwd. Op Oosterhouw bent u niet in een uurtje klaar. Voor een rondleiding door de tuinen wordt u ontvangen in stijl met minimaal koffie en thee. Een ontvangst met wijn, een high tea, een welgevulde picnicmand of een complete maaltijd behoort ook tot de mogelijkheden. Ook het landhuis is te bezichtigen. Op Oosterhouw kunnen tentoonstellingen, symposia en literaire of theatrale bijeenkomsten worden georganiseerd. De tuin biedt zitgelegenheid voor honderd personen. Binnen kunnen maximaal dertig personen film- of theatervoorstellingen, lezingen of concerten bijwonen. En wilt u overnachten? U kunt kiezen tussen een klassiek ingerichte gastenkamer (Erfgoed Logies) voor twee personen en een buitenverblijf in volstrekte afzondering voor vier personen. Nadere informatie: Oosterhouw Klaas T. Noordhuis en Hans Christiaan Klasema Hoofdstraat 35 9965 PA Leens

 

Entree met doorzicht door de tuinkamer op de lange as van de parktuin. De Renaissance halbank heeft in het midden een wapen met drie bloemen. De gietijzeren midden 19e eeuwse kapstok is op het Hogeland in veel boerderijen nog te zien.

 

 

 

 

 

In de kamers liggen Deventer tapijten uit het begin van de 20e eeuw.

Tapijtfabrieken Birnie en Sauret hadden een fabriek van tapijten en zeildoek aan de Nieuwstraat in Deventer. Deze fabriek groeide uit tot een flinke fabriek. Het gebouw aan de Nieuwstraat werd daardoor te klein. Daarvoor bouwde men in 1904 een nieuwe fabriek in de Voorstad. Die straat lag in die tijd aan de rand van de stad en werd later de Smyrnastraat genoemd. Een onderdirecteur van de fabriek, H.J. Peters, begon in 1907 voor zichzelf en stichtte een nieuwe fabriek van mechanisch geweven tapijten met een ververij. Deze tapijtfabriek van Peters werd gevestigd aan de Lange Zandstraat. In 1919 ging de tapijtfabriek aan de Smyrnastraat in Deventer samen met twee andere tapijtfabrieken in het land. De fabriek werd de KVT genoemd, de Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken. In 1978 is de fabricage van tapijten in de vestiging in Deventer gestopt.

Telefoon (0595) 571 816
www.oosterhouw.nl
Productie: Andries Bierling Fotografie: Otto Kalkhoven
Gepubliceerd in: Noorderland voorjaar 2006
 
De vroegere spreekkamer van de notaris ingericht met meubilair (uiteraard Groninger Huizinga stoelen) van de grootouders. De oude Clivia's staan in de zomermaanden in de schaduw buiten. De lamp boven de tafel is uit de verbouwtijd van het huis en doet nog sterk denken aan een olielamp. Een schouw ontbreekt: al in 1913 werd er centrale verwarming aangelegd. Eerst werd er met kolen gestookt; later liep de kachel op olie (tot 1994) en nu op aardgas.
 

Klaas T. Noordhuis als 'passend' tuinontwerper

Het huis, een voormalige notariswoning uit 1868, ligt aan de oude weg van Leens naar Ulrum in de Noord-Westhoek van Groningen. Iets verhoogd; de weg volgt een eeuwenoude oeverwal temidden van voormalige kwelders. Met het voorgevel naar het zuiden gewend biedt het huis een royaal uitzicht over het rijke Groninger akkerland. Aan de andere drie zijden is het huis omsloten door een parktuin van een hectare groot. Een historische tuin vol verhalen. Een ultieme les in de geschiedenis van de tuinarchitectuur. Combinatie van stijlen 'Ik kocht het huis in 1989 - een dag na de val van de Berlijnse Muur - maar kende Oosterhouw al veel langer. Mijn grootvader woonde ooit in het huis hiernaast. Aan hem danken wij de honderden sneeuwklokjes. Hij had de mooiste, Galanthus 'Elwesii'. Gelukkig zijn ze de sloot overgestoken.'

 
 
 
 
  Niet alleen de plek sprak Klaas Noordhuis en zijn toenmalige partner, de inmiddels overleden dichter en germanist C.O. Jellema, zo aan. Ook de bouwstijl en de rijke historie van het huis pasten naadloos bij hun hang naar een leven in de stijl van het eind van de negentiende, begin-twintigste eeuw. 'Het is eigenlijk een Italiaans landhuis gebouwd in een eclectische stijl. De basis is neo-classistisch, maar in 1910 er zijn ornamenten en details toegevoegd in de stijl van Art Nouveau. En het Koetshuis is in datzelfde jaar uitgebreid en verbouwd in de Zwitserse chaletstijl.' Die combinatie van stijlen zouden Noordhuis en Jellema later laten terugkomen in de verschillende tuinen die zij rond hun huis ontwierpen. Twee passies Het historie- en plantrijke Oosterhouw lijkt een logische plek voor de 'tuinman' in de breedste zin van het woord die Klaas Noordhuis is. 'Al als kind had ik twee passies: de natuur en de historie. Op de ouderlijke boerderij in Zuurdijk leerde ik spelenderwijs alle wilde-plantennamen van m'n vader. Omdat ik ernaar vroeg. Die interesse was er vanaf het begin.' In het kleine Zuurdijk van het begin van de jaren vijftig had Klaas weinig leeftijdsgenoten. De natuur was zijn vriend; dromen op de dijk zijn favoriete tijdverdrijf. Daarnaast was er de geschiedenis. 'Ik moest ooit van mijn vader twee oude familieportretten - die toch niets meer waard waren - verbranden. Doodzonde natuurlijk; dus verstopte ik ze achter het stro. Toen ik vele jaren later uit huis ging, nam ik ze mee.' Nu prijken de prachtige lijsten op de bovenverdieping van Oosterhouw naast de gastenkamer.

De tuinkamer, beschilderd door Pieter Pander in zg kikvorsperspectief.. Op de achtergrond Vos en Haes, de Cardigan Welsh Corgi's die vijftien jaar lang huis en tuin van Oosterhouw bewaakten. Nu hebben we Lord Alfred met roepnaam Bosie die dit de komende 15 jaar zal doen. In deze kamer uit 1868 is in 1913 een deur met Jugendstil motieven aangebracht.

 
 
 
 
 

De overgrootouders in de bovenhal. Zoals hier: familieportretten werden vaak boven deuren gehangen.

De jonge Klaas Noordhuis zag zichzelf niet als boer op het Groninger Land - 'Ik had behoefte aan vrijheid' - en vertrok naar de tuinbouwschool in Frederiksoord. Een stage in Amsterdam, een baan bij de Floriade en vooral een wereldreis van twee jaar legden de basis voor zijn veelzijdig bestaan als tuinman/kweker/tuinontwerper/publicist/schoonheidsminnaar/tuinbibliothecaris en vroeg-twintigste-weeuwse gastheer. Op zoek naar de Inca-lelie 'Die wereldreis is heel belangrijk geweest. Met een toekomstige emigratie in mijn achterhoofd reisde ik door Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. Om geld te verdienen werkte ik tussentijds als hoofdtuinman van de Parlementstuinen in Nieuw-Zeeland, een geweldige ervaring. Liftend door Zuid-Amerika zocht en vond ik mijn favoriete plant, de Inca-lelie, in het wild. Dat was een van de grote doelen van mijn reis. Minstens zo waardevol was dat ik tientallen tuinplanten in hun oorspronkelijke ecosysteem heb zien groeien. Daar heb ik later veel aan gehad.' Dat 'later' werd aanvankelijk een leven als eigenaar van een tuincentrum in Zuidhorn. In die hoedanigheid leerde hij C.O. Jellema kennen. 'Hij woonde in de dertiende-eeuwse pastorie van Zuidhorn en was mijn beste klant. De ontmoeting met Cor betekende een ommekeer in mijn leven. Ik was een chaoot, hij bracht structuur in mijn leven en die weet ik nu vast te houden.' Duurste grond van Nederland Noordhuis en Jellema verhuisden naar de stad Groningen en daar werd de basis gelegd van zijn Studio voor Tuinconsult en Stadstuinherstel. 'We woonden in een prachtig Renaissance-pand in de Oude Kijk in 't Jatstraat. Daar moest ik uiteraard een bijpassende tuin voor ontwerpen. Vanaf dat moment heb ik me toegelegd op tuinarchitectuur die past bij de historische locatie.' En passant raakte hij ook doordrongen van de noodzaak om zorgvuldig met binnenstadstuinen om te gaan. 'Het zijn de duurste stukjes grond van Nederland, maar ze worden het slechts beheerd.' Halverwege de jaren tachtig beŽindigde hij zijn tuincentrum om zich fulltime aan zijn ontwerpstudio te wijden.
 
 
 
 
  Van Pasen tot Pinksteren. De vondst van Oosterhouw was doortrokken van symboliek en goede voortekens. 'Met Pasen wandelden Cor en ik in Houwerzijl en zagen het huis over een afstand van zo'n vijf kilometer staan. "Als zoiets ooit te koop komt, geven we dan de stad op?" zo vroegen we ons af. Het antwoord was een volmondig "Ja". Met Pinksteren zouden we gaan wandelen in de bossen bij Ter Apel. Op weg daarna toe bezochten we een zieke tante. Toevallig pakte ik een Nieuwsblad van het Noorden op en het eerste wat ik zag was Oosterhouw. Te Koop! We zijn direct in de auto gestapt en weer naar Noord-Groningen gereden. Binnen een kwartier was het huis van ons. Soms moet je doorpakken. Als we een half uur later waren geweest, dan hadden we achter het net gevist.' De oorspronkelijk in landschappelijke stijl aangelegde tuin van Oosterhouw bood Klaas Noordhuis alle ruimte en inspiratie om zijn visie op tuinarchitectuur in de praktijk te brengen. 'De tuin was verwilderd en door ongehoord bruut beheer verkracht. De Heidemaatschappij was op het onzalige idee gekomen om er een soort minitatuur productiebos van te maken. We hebben eigenhandig de stronken van de laatste populieren verwijderd voordat we met de tuin konden beginnen. Een enorme klus.' Vier eeuwen tuinkunsthistorie In het verlengde van de eclectische stijl van het huis ontwierp Klaas Noordhuis tuinen die passen bij de verschillende elementen van het huis Daarmee zou de tuin uiteindelijk een les in vier eeuwen tuingeschiedenis worden. 'De bouwstžjl van met name het voorhuis is Italiaans. Dus koos ik voor een ruimtelijke voortuin in classicistische stijl met veel geschoren hagen en rechte lijnen. Daarbinnen heb ik onderscheid gemaakt in verschillende stijlperiodes. Het renaissance-deel oogt als een oud-Romeinse tuin met vierkante perken, een vierzijdige symmetrie, het ontbreken van een hoofdas en beelden centraal in de perken. De achtpuntige, uit buxusblokken geknipte stervorm is een opvallend barok-element centraal in de voortuin. En het Rococo-gedeelte van de voortuin heeft een minder strenge symmetrie en uitbundige, maar ranke vormen in de lage vormsnoei.' Eindeloos wandelen Achter het huis ligt een heel andere tuin, hoewel door het gebruik van veel groenblijvende heesters en duidelijke lijnen, de hand van de ontwerper wel herkenbaar is. Hier volgde Klaas Noordhuis de bouwtijd van het huis en maakte een ontwerp in de Engelse landschapsstijl met z'n rondlopende paden, z'n heuveltje, z'n prieel, z'n follies, de verspreid staande bomen en de illusie van 'eindeloos wandelen in de eigen tuin'. Nog dieper de tuin in koos Noordhuis voor de stijl die past bij de verbouw van 1913: de architectonische stijl. Dit deel van de tuin heeft kunstmatige hoogteverschillen, die gecreŽerd konden worden door het hergebruik van de grond die vrijkwam door het graven van een grote vijver. 'De hoogteverschillen heb ik benadrukt door de hagen in verschillende hoogtes te knippen.' Opvallend is de diagonale as - een soort groene brandgang zoals die vaak ook in grote parken voorkomt. 'Hij komt precies uit bij het vroegere huis van mijn grootvader'. Verder worden er verschillende geometrische vormen gebruikt en vooral veel bakstenen in de stijl van het huis. In dit architectonische deel is ook de invloed van de Nederlandse tuingoeroe Mien Ruys herkenbaar in onder meer de forse rechthoekige vasteplantenborders en rechthoekige stapstenen.

Kast met Regout servies van de grootouders in de keuken. Vroeger liep de trap naar de meidenkamer door deze kast; deze is in 1956 verwijderd. De keuken met schouw uit 1868 en granito aanrecht en Bruynzeelkasten uit 1913 is in 2007 geheel gerestaureerd . Het AGA fornuis dient tevens als warmtebron.

 
tekst: Jeanet van Ditzhuizen
gepubliceerd in: De Tuin excusief 2007