Historie van het pand

info@oosterhouw.nl

Toen Jacob van Lennep samen met zijn vriend Dirk van Hogendorp in de zomer van 1823 van Ulrum naar Leens wandelde, liep hij nog over een kleiweg tussen de weilanden. Kromme sloten waarin het profiel van prielen en slenken nog zichtbaar waren, verbonden door korte stukken rechte sloot. Een mozaïkverkaveling ontstond . Het land was niet vlak maar "kruinig": bol liggend van sloot naar sloot. Alleen de oppervlakkige beschouwer spreekt over het vlakke land van Groningen. We hopen dat u tijdens uw verblijf de echte schoonheid tot in detail in het Groninger land zult leren herkennen.

Vier percelen land werden in 1867 verkocht aan notaris Spandaw (zie onderaan), die op een van die percelen een landhuis bouwde in de vorm van een Italiaanse villa, geflankeerd door een koetshuis. In 1913 werd het koetshuis vergroot en aangepast aan de mode van de tijd met het uiterlijk van een Zwitsers chalet. De paardenstal is nog aanwezig. De achtergevel werd opgetrokken, waardoor grote bovenkamers ontstonden. Jugendstilkenmerken zijn o.m. te ontdekken in de raamkozijnen aan de achterzijde. Twee percelen werden met beklemrecht verkocht aan mijn overgrootvader. Op deze percelen verrees het Art Nouveau-huis naast Oosterhouw, later woonhuis van mijn grootouders Rietema-Dijkhuis. De attiek op de achterzijde van Oosterhouw is in 1996 aangebracht en van vazen en honden voorzien. Tevens kreeg de achterkant boven de tuindeuren een balkon. In 2007 is de stookhut in oude glorie hersteld, de uit 1913 stammende keuken gerestaureerd en een kookkeuken aangebouwd.

Het dienstbodengemak en de diensttrap die onder de hoofdtrap doorliep naar de meidenkamer zijn helaas verdwenen. Verder is het huis geconserveerd en op de monumentenlijst geplaatst; de omgeving is wel aan verandering onderhevig, maar desondanks spreken "Hollanders" nog steeds hun bewondering uit over dit schone land omdat de mondiale vooruitgang in hun eigen streek nog sneller ging.

Een halve hectare weiland werd in de jaren van de verbouwing bij de landschappelijk aangelegde tuin getrokken, waar ruimte kwam voor een moesgaard en kregen huis en tuin samen de huidige allure. Achter de heg is het goed toeven. Geert Mak wandelde in de zomer van 2000 van Ulrum naar Leens. Maar niet, zoals hij zegt, in de voetsporen van Jacob van Lennep. Die zijn nu met asfalt bedekt, waardoor u er nu met plezier kunt fietsen.

 

Het landhuis

De algemene kenmerken van een neo-klassicistisch huis zijn een strakke symmetrische, axiale opbouw van het in- en exterieur, en de toepassing van klassieke decoratie schema's, met name bij het front, met een geprononceerde kroonlijst met somtijds gerusticeerde risalieten, waarbij in de periode achttienhonderdveertig tot negentienhonderd een verschuiving naar het eclecticisme plaatsvindt, met handhaving van klassieke structuur- en decoratievormen, welke langzamerhand worden aangevuld met gotische-, renaissance- en barok-vormen.

Herenhuis Oosterhouw met aangebouwd koetshuis is in 1868 gebouwd als notariswoning. Het in eclectische stijl opgetrokken pand is in 1913 gedeeltelijk vernieuwd, waardoor er eveneens Art Nouveau-elementen zijn te herkennen. Het herenhuis ligt op een ruime rechthoekige kavel langs de oude doorgaande weg naar Ulrum. Aan de achterzijde wordt het perceel begrensd door de N361 van Groningen naar Lauwersoog, oorspronkelijk een spoorlijn. Behalve het herenhuis met koetshuis en stookhut liggen op het perceel een gesloten veranda, een orangerie en een tuinhuis. De resterende ruimte is ingericht als tuin in verschillende stijlen.

Omschrijving van het pand:

Twee bouwlagen hoog, deels onderkelderd herenhuis met aangebouwd koetshuis. Het herenhuis heeft gepleisterde gevels met een gepleisterde plint die door een kroonlijst worden beëindigd; in pleisterwerk zijn gevelbanden getrokken; op de beide hoeken van de zuidgevel, de voorgevel, een gepleisterde pilaster met blokmotieven. De tweede bouwlaag springt aan de zuidgevel en gedeeltelijk aan de oost- en westgevel ongeveer een meter terug, waardoor er ruimte voor een omloop met houten balustrade is. De zuid-, oost- en westgevel worden beëindigd door een houten attiek die dezelfde vormgeving heeft als de balustrade van de omloop. Het pand wordt gedekt door een plat dak; op beide hoeken van de zuidgevel een gepleisterde schoorsteen. Op het achterste gedeelte van het dak een gemetselde schoorsteen. Vensters zijn verticale zesruits vensters die aan de bovenzijde getoogd zijn. Entree bevindt zich in het middenrisaliet van de zuidgevel. Voordeur is een dubbele paneeldeur met in de bovenste twee panelen ijzeren sierroosters; in het bovenlicht is een lantaarn geplaatst; de stoep van Belgisch hardsteen uit de Ardennen heeft twee treden en een gietijzeren rooster. Boven de entree bevindt zich een houtenbalkon met een balustrade van houten balusters en daartussen gedecoreerde gietijzeren roosters; op hoekbalusters staat een kleine gietijzeren vaas; het balcon wordt gedragen door twee consoles die elk ondersteund worden door een dunne gietijzeren zuil. Op de begane grond ter weerszijden van het middenrisaliet zitten twee vensters. Op de bovenverdieping bevinden zich in het midden twee dubbele deuren met een zesruits venster. Aan weerszijden van de deuren een venster. In oost- en westgevel van de terugspringende gevel op eerste verdieping twee zesruits vensters en een deur met zesruits venster. Oostgevel heeft op begane grond een venster met luiken en een paneeldeur met bovenlicht; naast de deur een klein ovaal venster.Westgevel heeft op de begane grond een venster. Noordgevel heeft op elke bouwlaag twee dubbele zesruits vensters. De twee benedenvensters hebben een houten omlijsting met pilasters en kroonlijst. In het middenrisaliet bevindt zich een dubbele paneel-zesruits venster; de dubbele deur heeft een zelfde omlijsting als de dubbele vensters; de glaspanelen en het bovenlicht hebben een roedenverdeling met geometrisch patroon. Links van het middenrisaliet drie kleine keldervensters. Op de oostelijke hoek van noordgevel een platte aanbouw met aan oost- en westzijde een deur en rond raam aan noordzijde. Deze grenst aan stookhut met gekamde bepleisterde gevels en plint en waarvan zadeldak is gedekt met platte Friese pannen. Gietijzeren raampjes in west en noordgevel.

Het Koetshuis

Halverwege de westgevel van het herenhuis is een koetshuis aangebouwd in chaletstijl. Deze heeft bepleisterde gevels die deels een gepleisterde plint hebben en wordt gedekt door een zadeldak met gegazuurde blauwe platte Friese pannen. In westelijke dakschild twee dakkapellen met zadeldakje. Beide topgevels hebben een houten beschot met en klein driehoekig venster. De windveren aan de zuidgevel zijn geornamenteerd, evenals de makelaar. Noord- en oostgevel hebben elk twee halfronde vensters met gietijzeren roeden; de oostgevel heeft daarnaast een opgeklampte deur met halfrond bovenlicht met gietijzeren roeden. Westgevel heeft een enkel en een dubbel zesruits venster; tussen beide vensters een paneeldeur met bovenlicht; in achterste deel van westgevel een dubbele opgeklampte schuurdeur beeindigd door een korfboog. Zuidgevel heeft twee zesruits vensters.

Het bakhuis

Het bakhuis (in Groningen 'stookhut' genoemd) uit 1868 met gekamd stucwerk is in 2007 weer van een origineel dak en schoorsteen voorzien. Dakpannen ( Friese platte) en ramen dateren uit de verbouwtijd: 1913. Onder de pannen, zoals gebruikelijk, is dakleer op kippengaas aangebracht. In het bakhuis hangt aan de hanebalken aan een katrol een spin. Deze kan met een touw worden neergelaten om de was op te hangen. Het aanrecht wordt permanent gekoeld met water uit de put, waarvan het gewelf onder de bijkeuken ligt.

 

De naam Oosterhouw

De dorpen Leens en Ulrum liggen op een oude oeverwal, een natuurlijke verhoging in het kweldergebied, zo'n 1.20 m boven NAP. Daar waar de grond al hoog lag, werden door de eerste bewoners van Groningen de wierden (in Friesland: terpen) opgeworpen om zich te beschermen tegen het zeewater. Zo ligt er tussen beide dorpen een wierde, de Houw genaamd. Opgeworpen rond het jaar duizend, maar sinds enige honderden jaren niet meer bewoond. Een boerderij, genaamd De Houw staat nog op de wierde. Een water, ook Houw genaamd, loopt langs de wierde naar Houwerzijl (sluis in de Houw). Ten westen van de wierde ligt de boerderij Westerhouw, een prachtig voorbeeld van Jugendstil-bouw. De naam Oosterhouw zal nu duidelijk zijn: ten oosten van de Houw. Een bijzonderheid nog: op de wierde ligt een fait, een zoetwaterbekken voor het vee. Duidelijk is nog te zien dat er riet groeit halverwege de verhoging. Van deze veel voorkomende zoetwaterbekkens zijn er nog slechts twee over in de provincie.

TUIN OPENGESTELD

alleen voor groepen vanaf 10 personen op afspraak.

 

Voormalige "Gieselpoal" met Landhuis Oosterhouw op de achtergrond

'k ben hier geplaatst
Aanschouw mij niet
Als strafpaal
Maar als een limiet

 

Achterzijde pand Oosterhouw met Pompeïaanse vijver. Hier wit van sneeuw; een maand later is de tuin wit getooid met een miljoen sneeuwklokken: de Turkse grootbloemsneeuwklok, de dubbele sneeuwklok en het gewone sneeuwklokje.

 

In de voortuin staan zeventig verschillende roze rozen die alle in 1868 al in cultuur waren.
Hagen van Fagus sylvatica en Buxus sempervirens, blokken van Taxus baccata en Tilia europaea en hoge zuilen van Carpinus betulus 'Fastigiata'
 
De paden bestaan uit splitgrind op (wit!) wegenbouwdoek

 

 

 KLIK HIER OM DIRECT TE ZIEN OF DE GASTENKAMER NOG BESCHIKBAAR IS
 
Bouwheer en bouwtijd
Het pand is in 1868 gebouwd door de zoon van de nationaal befaamde dichter Hajo Albert Spandaw. Op 10 april van dat jaar kocht hij het land waarop het Italiaanse landhuis verrees. Als student vocht hij met de Groningse studentencompagnie in de Tiendaagse veldtocht tegen de Belgen, waarvoor hij op 26 november 1830 samen met andere Groninger studenten naar Brabant vertrok. De avond voor vertrek sprak zijn vader een afscheidsrede uit, die hij besloot met een vaderlandslievend en strijdvaardig gedicht:
 
Wij strijden voor ons duurste goed,
Ons streelt geen ijdle glorie,
Ons drijft geen lage zucht tot wraak:
Wie sterft voor zulk een heilge zaak,
Die leeft in 's Lands historie.
Voort - ouders, magen, vrienden, wel!
Vaartwel, o maagdenrijen!
Wij trekken heen voor U, met God...
En is de heldendood ons lot,
Gij zult din dood beschrijen.
En keeren wij met roem terug,
Dan zal de juichtoon klinken
Dan rijst uw dank tot God omhoog,
Dan zien wij in uw lachend oog
De vreug-tranen blinken
Doch hoort! ...daar klinkt de krijgsklaroen
Ons bruist het bloed in de adren.
Verraad en roofzucht waren rond:
Beschermen wij den vrijen grond,
Het erfgoed onzer vadren!
 

Bewoners en jaartallen
(Koopcontracten van het huis zijn alle bewaard gebleven in de groningana collectie K.T.Noordhuis.)
       
Data Kopers / bewoners Koopprijs Bijzonderheden
       
10 april 1868 H.A.Spandaw f 2.600,- Notaris; aankoop van vier stukken grond, waarop hij het huis bouwde.

     
15 oktober 1884 J.Th.W.Reilingh f 4.900,- Notaris, kantoor en woonhuis

     
28 januari 1901 L.M.Bruins f 8.500,- Notaris, kantoor en woonhuis

     
1908   ? Verkoop van twee percelen land met beklemming waarop overgrootvader Dijkhuis een Jugendstil villa bouwde. Voor en in de oorlogsjaren was het huis belastingkantoor, waarna grootvader Rietema het huis in 1946 betrok. Hij woonde er in mijn kinderjaren.

     
1913     Grote verbouwing, waarbij achtergevel werd opgetrokken, stucplafonds verwijderd, centrale verwarming aangelegd en koetshuis werd uitgebreid en tot een Zwitsers chalet omgevormd.; Bruynzeel keuken aangebracht. Aansluiting op waterleidingnet (de wc met waterspoeling is sindsdien niet gewijzigd).

     
15 juli 1919 A.H.Ages f 18.000,- Notaris, kantoor en woonhuis. Tot vestiging van de Raiffeisenbank in het dorp Leens, later Rabobank, werden hier boerengelden in de kluis bewaard.

     
1919     Aanleg telefoonlijn. (In 1915 hadden vier adressen in Leens al telefoon)

     
1922     Opening spoorlijn Groningen-Zoutkamp vv. grenzend aan de percelen van Oosterhouw. Overgrootvader Dijkhuis had aan deze lijn t/o Westerhouw zijn eigen station: de trein stopte bij handopsteken.

     
1942     Opheffing spoorlijn, waarmee ook het station verviel.

     
28 juni 1956 K.Meijer f 10.000,- Houthandelaar uit Zuurdijk die alle iepen uit de tuin verkocht voor 10.000,- en het huis voor eenzelfde bedrag doorverkocht. (Het schaarse iepenhout was toen zo kostbaar omdat de bomen gebruikt werden voor fineer.)

     
30 augustus 1956 L.H.Bruins f 10.000,- Praktijkhoudend huisarts; later alleen woonhuis

     
1957     Aanplant populierenbos naar plan van de Nederlandse Heidemaatschappij. Hiermee zou veel geld kunnen worden verdiend.

     
24 februari 1965   f 24,- Verkoop van 24 c.a. land aan Provincie Groningen voor aanleg Provinciale weg N361 op de oude spoordijk.

     
1988     Kappen van populierenbos. Het hout bleek waardeloos na de grote ijzelstorm van 1987.

     
15 november1989 C.O.Jellema / K.T.Noordhuis   Dichter, germanist /tuinconsulent,publicist; woonhuis, open tuin

     
1 februari 1990     Rooien van 75 stobben van populierenbos. Gefaseerde aanleg van nieuwe parktuin begonnen. De stoeptreden van de voorstoep zijn afkomstig van Doornbosheert te Zuurdijk.

     
1991   f 175,- 1are 25ca land wordt van provincie bijgekocht.

     
1995     Tuinaanleg afgerond

     
04 februari 1999     Landhuis Oosterhouw krijgt de status van Rijksmonument. Monumentnr. 509504

     
19 maart 2003 K.T.Noordhuis   Tuinconsulent, publicist;. open tuin, woonhuis

     
19 september 2003 K.T.Noordhuis / H.C.Klasema   Tuinconsultent, publicist / beeldend kunstenaar; gastenverblijf, cultuurcentrum, woonhuis

     
2007     Stookhut opnieuw opgetrokken; kookkeuken aangebouwd; Bruynzeel keuken gerestaureerd naar 1913 en woonkamer naar 1868. Balcon achterzijde en vensterbanken woonkamer zijn afkomstig van Boerderij Hoogte te Houwerzijl; de 13/13 tegels in de stookhut uit Huize Den Treek te Leusden; de 15/15 tegels in de keuken uit een herenhuis in Amsterdam-Zuid; het ronde raam met gekleurd glas van boerderij Groot Zeewijk te Warffum en de treden tussen de keukens uit de boerderijen Doornbosheert en Stoepemaheerd te Zuurdijk. De Jugendstil wastafel uit 1911 is afkomstig uit een herenhuis nabij Park Sonsbeek in Arnhem

     
2008     Tomaten-muurkas gebouwd.

     
2009     Terrasoverkapping gerestaureerd/vernieuwd